Kies voor ruimte

Geplaatst door admin | | 1 Jan 2011 22:47

KIES VOOR RUIMTE

Utrecht is een provincie met prachtige landschappen, vol steden en stadjes met een rijke culturele erfenis. De variëteit is enorm: van zompige agrarische gronden tot hoogdynamische stedelijkheid; van droge stuifzandgebieden tot het idyllische rivierenland. Belangrijke delen van het Groene Hart, Eemland/Arkemheen, het Rivierenland, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam –allemaal erkend als nationale landschappen – liggen binnen onze provincie. En natuurlijk het Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug.
Niet alleen Utrecht en Amersfoort, maar bijvoorbeeld ook kleinere plaatsen als IJsselstein, Oudewater en Wijk bij Duurstede hebben historisch waardevolle stadscentra. De kwaliteit van natuur en leefomgeving in onze provincie vormen belangrijke troeven, ook in economische zin.

Zorgvuldigheid is geboden in de omgang met natuur, recreatie, landschap, woningbouw, werkgelegenheid, mobiliteit en agrarische productie. De druk op de provincie is enorm, vooral op de stadsgewesten Utrecht en Amersfoort. Dat heeft te maken de centrale positie in het land en de poortfunctie van en naar de Randstad. Maar ook met de kracht van de kenniseconomie vanwege de aanwezigheid van universiteit en hogescholen. En natuurlijk ook met de aantrekkelijkheid van de regio, juist vanwege de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit.

In onze provincie groeit de bevolking voorlopig nog. Krimpscenario’s op het gebied van bevolkingsomvang zijn, anders dan in veel andere provincies, tot zeker 2030 voor de provincie Utrecht niet aan de orde. Het heeft geen zin de druk op de woningmarkt te ontkennen.

Uit langjarige behoefteramingen blijkt dat er de komende twintig jaar nog zo’n 100.000 woningen nodig zijn in de provincie Utrecht. GroenLinks ziet mogelijkheden om aan deze behoefte te voldoen. Het is van groot belang om die groei niet zomaar overal te verwelkomen. Juist GroenLinks zet zich steeds in voor het behoud van alle kwaliteiten die de provincie zo bijzonder en geliefd maken. De verdere ontwikkeling van de stadsgewesten mag niet leiden tot aantasting van waardevolle landschappen. De kunst is om de bouwopgave zoveel mogelijk binnen het bestaande stedelijk gebied in te vullen – daarbij inbegrepen de nog te voltooien Vinex-locaties Leidsche Rijn, Houten-Zuid en Vathorst. Belangrijk is dat van meet af aan wordt gedacht aan het voorzieningenniveau, waaronder groenvoorzieningen van nieuwe wijken en opgeknapte oude wijken.

In grote lijnen zijn al goede afspraken gemaakt in de Ontwikkelingsvisie NV (Noordvleugel) Utrecht over de woningopgave tot 2030. Samen hebben we gekozen waar die woningen worden gebouwd: voor een groot deel binnen de huidige bebouwingsgrenzen. Die keuze wordt nog eens bevestigd in de Kadernota Ruimte. Overigens wil GroenLinks deze bouwopgave op zo’n manier realiseren dat ze op het gebied van architectuur, cultuurhistorie, landschap en vestigingsklimaat toegevoegde waarde en aantrekkingskracht biedt. Maar er is tot nu toe veel te weinig aandacht voor de gevolgen op verkeersgebied van die verdichting in de steden. GroenLinks vindt dat er grote haast moet worden gemaakt met een radicale verbetering van het hele openbaar vervoersysteem en het regionale fietsnetwerk. Dat is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de stadsgewesten omdat de leefkwaliteit in en rond de steden anders te zwaar wordt aangetast. De binnenstedelijke verdichting biedt grote kansen voor een beter en rendabeler openbaar vervoer, waaronder lightrail. Alle ruimte die gewonnen kan worden om in plaats van parkeerplaatsen, groenstructuren aan te leggen, is winst!

De ontwikkeling van de woonwijk Rijnenburg bij het verkeersplein Oude Rijn wordt wat ons betreft uitgesteld om eerst een belangrijk deel van de binnenstedelijke opgave en de opgave voor Leidsche Rijn te realiseren. Wanneer er daadwerkelijk tot realisering van Rijnenburg moet worden overgegaan, worden de mobiliteitseffecten (gebruik fiets, OV, auto) van meet af aan meegenomen in de plannen. Een effectief, hoogwaardig openbaar vervoer moet al voor de eerste bewoners beschikbaar zijn. Wie eenmaal aan autoforensen gewend is, zal niet gauw overstappen op openbaar vervoer, hoe goed dat ook functioneert. Dat is de les die we uit Leidsche Rijn en Vathorst hebben geleerd. GroenLinks hecht er erg aan dat Rijnenburg, mocht het gerealiseerd worden, ook voldoende eigen voorzieningen heeft zodat bewoners niet elders hoeven te shoppen of stappen.

Niet alleen ruimtelijke ordening en mobiliteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ook het milieubeleid maakt integraal onderdeel uit van de maatregelen voor een betere leefomgeving. Provinciaal beleid op het gebied van milieu en stedelijke vernieuwing moet een impuls geven aan creatief hergebruik van kantoren, panden en bedrijventerreinen. In het verleden is de behoefte aan kantoorlocaties en bedrijventerreinen altijd veel te hoog ingeschat. Er is beslist geen behoefte aan nieuwe reserveringsruimte voor kantoren. De toekomst van het nieuwe werken ligt veel meer in telewerken en het flexibel gebruik van kantoorruimte. Op het gebied van bedrijvenlocaties is er hooguit behoefte aan enige extra schuifruimte voor bedrijven die moeten wijken voor binnenstedelijke herontwikkeling voor woningbouw, en eventuele ruimte voor clustering in een regionaal bedrijventerreinen op een uit verkeer- en vervoersoogpunt zinvolle plek.

  • GroenLinks kiest voor behoud van de waardevolle groene ruimte in de provincie. Tegelijk willen wij het woningtekort terugdringen. GroenLinks kiest daarom voor een grote inzet op transformatie van het bestaande stedelijk gebied. Daarbij moet wel het binnenstedelijk groen en speelruimte voor de jeugd zoveel mogelijk worden ontzien en waar mogelijk uitgebreid. Natuurlijk worden Leidsche Rijn, Vathorst en Houten-Zuid voltooid.
  • GroenLinks wil dat de provincies gemeenten actief blijft ondersteunen bij hun binnenstedelijke bouwopgave. Provincie en gemeenten maken – al dan niet in gewestelijk verband – afspraken waarin financiële steun wordt gekoppeld aan extra inzet op het bereiken van doelen op het gebied van milieu, energie en mobiliteit. Het aandeel sociale nieuwbouw moet minstens 30 % zijn, en er is speciale aandacht voor de bouw van woon/zorgcomplexen en jongerenhuisvesting.
  • In de nieuwe structuurvisie wordt geen nieuwe ruimte gereserveerd voor kantoorlocaties. Er komt een voortvarend plan van aanpak voor verdere herstructurering van bedrijven waarin milieu en duurzaam energiegebruik van meet af aan wordt meegenomen. Er komt alleen beperkt extra ruimte voor bedrijventerreinen wanneer daarmee andere problemen (overlast, mobiliteit, behoefte aan transformatie van bestaande terreinen) worden opgelost.
  • De ontwikkeling van Rijnenburg wordt uitgesteld, totdat de binnenstedelijke opgave en Leidsche Rijn zijn voltooid. Mocht Rijnenburg dan nog noodzakelijk zijn, dan moet het volwaardige voorzieningen krijgen.

Kwaliteit van landschap
Steeds minder mensen weten precies wat de herkomst is van het voedsel op hun bord. Landbouw, productie van voedsel en drank, is voor ieder mens essentieel. Maar tegelijk is het duidelijk dat de agrarische sector als voedselproducent voor de wereldmarkt een bedreiging voor de kwaliteit van het leven kan zijn. De intensieve veehouderij is funest voor het milieu en het klimaat, voor het dierenwelzijn en voor de kwaliteit van het landschap. Het is duidelijk dat landbouw op deze manier geen toekomst mag hebben.

We willen landbouwdieren weer terugbrengen in hun natuurlijke omgeving. Megastallen zijn voor ons niet acceptabel, dieronvriendelijk transport al evenmin. Het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) rond Scherpenzeel is voor Groen Links de enige plaats waar, voor zolang de oude afspraken geldig zijn, intensieve agrarische productie mogelijk is. Om recht te kunnen doen aan het dierenwelzijn op langere termijn streven we door innovatie naar alternatieve en kwalitatief hoogwaardige vormen van voedselproductie, waardoor het aandeel van dieren in het consumptiepatroon sterk afneemt. Daardoor komt de balans tussen mensen en dieren tot een natuurlijker evenwicht.

De toekomst van de boeren ligt ergens anders. Meer in het produceren voor hun omgeving. GroenLinks wil dat het rechtstreekse contact tussen boeren en consumenten wordt hersteld. Eén op één relaties tussen boeren en winkeliers in dorpen en wijken wordt gestimuleerd. De agrarische bedrijven in de buurt van de steden gaan een rol spelen in de ‘stadsregionale parken’ rondom de steden met regelmatige Open Dagen en huisverkoop van streekproducten. Op die manier wordt het voor de stedelijke consument weer helder waar zijn voedsel vandaan komt en wie dat voor hem produceert. Daarnaast zijn de boeren de medebeheerders van het landschap en daar behoren zij – rekening houdend met Europese afspraken – voor te worden betaald.

De hoge druk op de ruimte in Utrecht dwingt tot meervoudig ruimtegebruik, ook in het landelijk gebied. Waterberging, het ‘nieuwe boeren’ en recreatie zijn in veel gevallen te combineren. Maar dat kan niet overal: in gebieden met een hoge en kwetsbare natuurwaarde gaat natuurbescherming boven de recreatieve functie.

Vrijwilligers en actieve burgers zijn onmisbaar bij beheer en onderhoud van het landschap en de kleine landschapselementen. Waar mogelijk stimuleert de provincie burgerinitiatieven zoals Transition Towns (productie en consumptie van voedsel en energie dicht bij elkaar en in eigen beheer) en particulier parkbeheer bij bedrijventerreinen.

  • De provincie stimuleert extensieve landbouw in combinatie met nieuwe agrarische activiteiten (groenblauwe diensten, zorgboerderijen, streekproducten etcetera). de provincie stimuleert de promotie van (bij voorkeur biologische) streekproducten.
  • GroenLinks wil een onderzoek naar kleinschalige voedselproductie in de steden (city farms), waar ook vrijwilligers een bijdrage aan landbouw en veeteelt kunnen leveren.
  • GroenLinks bepleit een expliciet en gebiedsgericht beleid voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing. De mogelijkheden worden in belangrijke mate bepaald door de cultuurhistorische hoofdstructuur, waarin criteria worden uitwerkt voor specifieke situaties (lintdorpen zijn anders dan de Stichtse Lustwarande). In principe zijn veel functies denkbaar in vrijkomende bedrijfsgebouwen, zolang verrommeling van het landschap wordt voorkomen en de nieuwe functie niet leidt tot een belangrijke toename van het autoverkeer of andere milieuschade. Nieuwe bewoners en eigenaren van vrijkomende agrarische bebouwing worden actief benaderd met informatie over de cultuurhistorie en karakteristieke erfbeplanting en –bebouwing in de betreffende streek. Daartoe wordt samenwerking geïntensiveerd met Welstand en Monumenten Midden Nederland en met Landschap Erfgoed Utrecht.
  • De provincie stelt landschappelijke, architectonische en ruimtelijke kwaliteit voortaan centraal in haar ruimtelijke sturing. De provincie geeft aan welke kwaliteiten van provinciaal belang zijn en daarom bij ontwikkelingen als woningbouw, wegaanleg, bedrijfsuitbreiding, natuuraanleg, landschapsontwikkeling beschermd en versterkt dienen te worden.
  • Bij functieverandering buiten de bebouwde kom is een kwaliteitsplan noodzakelijk waaruit blijkt dat door de provincie bepaalde landschappelijke, architectonische en ruimtelijke kwaliteit door de functieverandering wordt versterkt. Van de initiatiefnemer worden hierbij ook investeringen verwacht welke zijn gerelateerd aan de economische waardevermeerdering. Alleen bij zwaarwegende maatschappelijke belangen wordt hiervan afgeweken.
  • De centrale rol van de provincie bij de realisatie van de uitvoeringsprogramma’s Agenda Vitaal Platteland is van grote waarde. GroenLinks wil dat de provincie ook na 2013 een stimulerende regierol blijft vervullen in de formulering en financiering van vervolgbeleid en de realisatie van de uitvoeringsprogramma’s Agenda Vitaal Platteland.
  • De provincie werkt samen met gemeenten bij de aanstelling van regionale landschapscoördina­toren en stimuleert hen om (intergemeentelijke) landschapsontwikkelingsplannen (LOPs) op te stellen en uit te voeren.
  • Hoogbouw is een uitdrukking van stedelijke dynamiek en dus acceptabel in gebieden waar de stedelijke dynamiek hoog is. Bij gebouwen hoger dan de Domtoren van Utrecht moet het effect op nationale landschappen worden meegenomen in de besluitvorming.

Utrechtse natuur
De provincie Utrecht beschikt over een zeer veelzijdige natuur: van trilvenen tot oude boskernen, van landgoederen tot weidevogelgebieden. De kwaliteit van die Utrechtse natuur staat echter onder druk door verstedelijking, door de aanleg van snelwegen en door intensieve landbouw. Rond 1990 is gestart met de aaneenschakeling van losse natuurgebieden tot een Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Afgesproken werd, dat die EHS in 2018 klaar zou zijn, vastgelegd en ingericht. De Ecologische Hoofdstructuur wordt alleen maar belangrijker nu de effecten van klimaatverandering zichtbaar worden. Wanneer natuurgebieden niet worden verbonden, raken dier- en plantensoorten geïsoleerd en dreigen ze te verdwijnen.

Het Rijk wil fors bezuinigen op de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). GroenLinks vindt dat de realisering van de EHS juist prioriteit moet krijgen. Dat betekent dat GroenLinks in de komende periode extra geld wil vrijmaken om nog een flink deel van de EHS vóór 2018 te realiseren. Wij schrappen geen gebieden en verbindingszones, al kan er discussie zijn over de invulling en beheervorm. Realisatie van de groene recreatiegebieden rond de stad (‘Rods’) vinden wij in elk geval van groot belang.  In overleg met betrokken partijen maken wij een prioriteitskeuze ten aanzien van aanpak en verwerving. Wat niet klaar is in 2018, houden wij overeind voor realisering na 2018. Gelden voor de EHS en voor natuurontwikkeling vallen binnen het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG), maar dat budget wordt ook voor allerlei andere zaken gebruikt. GroenLinks pleit ervoor om de natuur echt prioriteit te geven en binnen het ILG-budget sterker te kiezen voor het bereiken van natuurdoelen zoals het realiseren van de EHS.

Er is veel discussie over wie het beste de natuur kan beheren: natuurbeheerorganisaties (zoals Het Utrechts Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer), agrariërs of particuliere landgoedeigenaren. Voor GroenLinks staat de natuurkwaliteit voorop en vloeit de keuze voor de beheerder voort uit de gewenste natuurdoelen. Boeren en buitenlui kunnen dus evengoed natuurbeheerder worden, mits zij de beoogde natuurkwaliteit kunnen ‘leveren’. Overigens houdt bescherming van natuur niet op bij de grens van de natuurgebieden. Natuurkwaliteit en natuurbeleving worden sterk beïnvloed door milieu- en omgevingsfactoren. Omdat het ‘Natura 2000’ zich ook uitstrekt tot de omgeving van een natuurgebied, is het een belangrijk instrument om de bijzondere natuur te beschermen. GroenLinks zet zich volop in voor het behoud, uitbreiding en handhaving van de uitvoeringsbepalingen van de provinciale stiltegebieden.

Tegelijkertijd is het belangrijk dat er voldoende mogelijkheden zijn om de natuur te beleven. Daarom moet de provincie wandelen, fietsen, kanoën en andere vormen van natuurvriendelijke recreatie zoveel mogelijk stimuleren. GroenLinks wil letterlijk werk maken van groen en recreatie rond de stad, door het ondersteunen van groen-recreatieve initiatieven van boeren en ondernemers in de recreatiegebieden rond de stad. Er moet in de provincie voldoende toezicht zijn in natuur- en recreatiegebieden. Maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat spoorlijnen en autowegen het recreatieve gebruik van natuur en landschap verhinderen door een barrière werking voor fietsers en wandelaars.

  • Voor GroenLinks is bescherming en ontwikkeling van natuur topprioriteit . Binnen het provinciale en het toegewezen rijksbudget voor het landelijk gebied zetten wij meer middelen in voor verwerving en inrichting van natuur. GroenLinks wil een onderzoek naar een provinciale grondbank, die gronden kan verwerven en weer verpachten, in het belang van de natuur- en landschapsontwikkeling.
  • GroenLinks steunt maatregelen die de bio-diversiteit van flora en fauna in de provincie vergroten
  • GroenLinks steunt de natuurbeherende organisaties bij hun verwervingsplannen, maar als boeren en landgoedeigenaren de beoogde natuurdoelen even goed kunnen realiseren, worden ook zij daarin gesteund.
  • In de kwaliteitsgidsen voor de nationale landschappen worden gebieden aangewezen waar het stil is, en ’s nachts echt donker. Om lichtvervuiling tegen te gaan en energie te besparen wordt een provinciaal plan voor het beperken van lichthinder opgesteld en uitgevoerd. De kwaliteitsgidsen gaan een belangrijke toetsende rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
  • Juist vanwege de voortgaande stedelijke ontwikkeling worden groen en recreatie rond de stad steeds belangrijker. In samenwerking met de gemeenten, recreatieschappen natuurbeherende organisaties en ondernemers/boeren worden initiatieven ondersteund om het groen rond de steden verder te ontwikkelen en beter te beleven.
  • In de grotere natuurgebieden worden zo veel mogelijk natuurlijke processen nagestreefd, door onder meer de jacht te beperken. In het wild levende dieren worden in principe met rust gelaten. De ‘beheersjacht’ wordt streng gecontroleerd.
  • In het Groene Hart en in Eemland wordt agrarisch weidevogelbeheer financieel ondersteund.
  • Verlies aan natuurwaarde door een (bouw-)project moet op zijn minst gecompenseerd worden op kosten van de initiatiefnemer, volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.

Waterbeheer

Waterbeheer is lange termijn beheer. De zorg voor droge voeten, schone rivieren en plassen en voor de optimale hoogte van het (grond)waterpeil is nu in goede handen bij de waterschappen. De waterschappen zijn uitstekend toegerust op hun operationele taken. Besluitvorming over de toekomst van de waterschappen vindt niet in de Staten plaats, maar in Den Haag. GroenLinks pleit ervoor dat de verschillende belangen van inwoners, agrarische sector en natuurontwikkeling op het gebied van waterbeheer minstens even zorgvuldig afgewogen blijven worden. De zorg voor het dagelijkse beheer van onze dijken mag niet lijden onder veranderende politieke of maatschappelijke voorkeuren of beschikbare middelen.

Elke stroomgebied in de provincie kent zijn eigen uitdagingen in het waterbeheer. Sommige gebieden lopen door heftiger buien en een beperkte afvoercapaciteit toenemend risico op natte voeten; andere gebieden voeren water te snel af, waardoor natuurgebieden verdrogen. Naast de veiligheid en kwantiteit behoeft ook de kwaliteit van het water in de provincie grote aandacht. Bij het beheer van het water moet ook de recreatieve en landschappelijke waarde in het oog worden gehouden.

Verdroging van veenweidegebieden

In de veenweidegebieden in het westen van de provincie daalt de bodem als gevolg van ontwatering. Om verdere inklinking te voorkomen moet het waterpeil niet langer de daling van de bodem volgen. Dit leidt er toe dat delen van deze gebieden minder geschikt worden voor agrarische functies zoals die nu worden uitgevoerd (‘functie volgt peil’). Hiervoor zien we twee alternatieven: omzetting van deze gebieden in andere functies zoals natuur en recreatie, of de daling stuiten door periodiek slibrijk water te laten inlaten (‘omhoogboeren’). GroenLinks wil onderzoek naar de haalbaarheid van omhoogboeren: aan welke randvoorwaarden moet voldaan zijn, zoals beschikbaarheid van water met slib, en met welke gevolgen moet rekening gehouden worden? GroenLinks wil de benodigde aanvoer van water vanuit Rijnland in de komende periode geleidelijk verkleinen, omdat waterschap Rijnland zelf op termijn een tekort aan zoet water verwacht. Voor de natuurgebieden kan het waterpeil worden aangepast aan de natuurlijke stand in de seizoenen. Naar de mogelijkheden en voorwaarden van zo’n flexibel peilbeheer moet onderzoek worden gedaan.

Over de polder Groot Mijdrecht hebben de Staten het compromis gesloten, dat een deel van het gebied de functie van natuurgebied krijgt en een ander deel een agrarische functie behoudt. GroenLinks voorziet echter dat de agrarische functie in het gebied steeds moeilijker zal worden, vanwege de eisen van een gezonde waterhuishouding en de mogelijkheden voor natuur en recreatie.

Droge voeten in Amersfoort

In de winter kunnen meer en heftiger buien leiden tot een groter aanbod van hemelwater. Het Rijk heeft besloten op het Eemmeer een hoger waterpeil toe te passen. Als gevolg daarvan wordt verwacht dat het Valleikanaal niet genoeg water kan afvoeren om wateroverlast in delen van Amersfoort en Leusden te voorkomen. In de omgeving van Amersfoort moet daarom meer regenwater worden vastgehouden in de bodem of geborgen in oppervlaktewater.

Alle beetjes helpen om de kans op overlast te verkleinen. Bewoners, bedrijven en woningcorporaties worden aangemoedigd om hun regenpijpen af te koppelen van de riolering en het water in de bodem te laten stromen. In het Eemland wordt het verminderen van de waterbelasting van de riolering in de ontwerpfase van nieuwe bouwprojecten meegenomen: bij voorkeur geen ononderbroken wegverharding en zorgen voor voldoende buffercapaciteit van het oppervlaktewater.

  • GroenLinks bepleit onderzoek naar mogelijkheden voor omhoogboeren in veenweidegebieden.
  • De vrijkomende agrarische gronden in Groot Mijdrecht worden door de provincie overgenomen en toevoegen aan natuurgebied.
  • GroenLinks wil een onderzoek naar mogelijkheden voor flexibel peilbeheer in het deel van Groot Mijdrecht met natuurfunctie.
  • De ruimtelijke plannen in Eemland worden beoordeeld op de reductie van regenwater via het riool: zoveel mogelijk water vasthouden in de grond of bergen in oppervlaktewater
  • Groenlinks wil dat de provincie Utrecht ervoor zorgt dat er geen vervuild slib in plassen, vennen, meren en binnen- en buitendijkse zandputten wordt gestort.